Omo vallei - Zuid Ethiopië

Omo valley landscape

De Omo vallei is het gebied rondom de Omo rivier in het zuiden van Ethiopie nabij de grenzen van Kenya en Sudan. Het gebied is verdeeld in de West- en Oost Omo aan beide kanten van de rivier.

Het landschap van de Omo vallei is zeer afwisselend: uitgestrekte savannen met bergen aan de horizon, prachtige vergezichten, de drogere Semi-woestijn, met acacia struiken begroeide heuvels en bossen aan de oevers van de Omo rivier. En dan de Omo rivier zelf met haar diepe canyons en stroomversnellingen, dichte begroeiing aan de oevers waar apen, kleurrijke vogels, krokodillen en nijlpaarden hun woonplaats hebben.
Dit is een prachtige rivier voor rafting.

 

 


Stammen in de Omo vallei

In de Omo vallei leven meer dan 20 stammen op hun eigen eeuwenoude traditionele wijze. Onafhankelijk van de beschildering, sieraden, dans en muziek en sociale structuur: een paradijs voor antropologen die hier genoeg moderne technieken trekken zij rond met hun vee in hun eigen territoria als nomaden of half-nomaden, met alleen enkele bezittingen zoals een speer (of geweer), mes en klein houten krukje, de Burkito, wat tevens als hoofdkussen dient. Elke stam van de Omo vallei heeft haar eigen unieke klederdracht, haarstijl, lichaams tatouage of te onderzoeken hebben. In verschillende plaatsen in de Omo vallei zoals Jinka, Key Afer, Turmi en Dimeka kun je de kleurrijke streekmarkten bezoeken waar de locale bevolking hun handwerk, zuivelprodukten, granen e.d. te koop aanbieden.

 

alt

 

Toch is ook in de Omo vallei de invloed van buitenaf steeds meer merkbaar. Hoewel de stamoudsten bij deze stammen altijd nog veel macht hebben en het dichtst bij hun eigen volk staan, probeert de centrale overheid toch steeds meer invloed te krijgen. Er worden schooltjes gebouwd en de overheid probeert op allerlei manieren de mensen te overtuigen dat het noodzakelijk is om hun kinderen naar school te sturen. Omdat kinderen van jongs af aan vaak al hun leven moeten leiden volgens de eeuwenoude tradities, is dit voor de stammen in de Omo vallei helemaal niet zo vanzelfsprekend. Om het vee te hoeden en huishoudelijke taken te verrichten, is het toch immers niet nodig om te kunnen lezen en schrijven? Kennis, wijsheid en informatie wordt al eeuwenlang mondeling overgedragen. Ook is men bevreesd dat jonge mensen die onderwijs krijgen, zullen vervreemden van hun eeuwenoude traditionele cultuur en deze vrees is nietongegrond. Jongeren die naar school gaan en zeker voor middelbaar onderwijs vaak ver van huis moeten, komen vaak in conflict met zichzelf en met hun stamgenoten omdat ze met nieuwe normen en waarden te maken krijgen en niet langer meer volgens alle traditionele normen en waarden van hun stam willen leven. Het is voor de overheid, hulpverleningsorganisaties en anderen die met deze stammen in de Omo vallei te maken hebben daarom ook een belangrijke opgave om de ontwikkelingen zoveel mogelijk in goede banen te leiden. Een ander probleem in de Omo vallei zijn de steeds weer oplaaiende stammen oorlogjes waarbij het roven van vee en het verkrijgen van landbouwgrond vaak de motieven zijn. De stammen hebben vetes die al eeuwenlang duren bijvoorbeeld tussen de Hamer en Dassanech en tussen de Nyangatom, Mursi en Surma.

 

Invloed van toerisme in de Omo Vallei

Hoewel toeristen meestal juist de traditionele levenswijze van de verschillende stammen in de Omo
market in Turmivallei respecteren en waarderen en interesse hebben om zo veel mogelijk te weten te komen over de zeden en gewoonten van de verschillende stammen, heeft het toerisme toch ook een negatieve bijwerking. In verschillende dorpen in de Omo vallei die vaak door toeristen worden bezocht, worden de inwoners meer en meer commercieel ingesteld en zien zij langzamerhand een blanke toerist alleen maar als iemand aan wie iets te verdienen valt, vooral door geld te vragen voor het maken van een foto. In dergelijke dorpen worden toeristen bij binnenkomst vaak al bestormd door de bewoners die allemaal "in de houding gaan staan" om gefotografeerd te worden. Vooral de Mursi in de toeristische dorpen kunnen zich nogal opdringerig gedragen en soms zelfs agressief overkomen. Om dit gedrag te vermijden, kan een toerist die een dorp in de Omo vallei bezoekt, beter niet overduidelijk als "toerist" binnenkomen. Stop de (video)camera in uw tas, neem wat langer tijd in een dorp, wandel eerst wat rond met een locale gids en probeer contact te maken met de mensen en wanneer iedereen even aan uw aanwezigheid is gewend, vraag dan of de locale gids met enkele bewoners wil bespreken of een paar foto's gemaakt kunnen worden en laat hem onderhandelen over de prijs per foto. Nog beter is het, om zo mogelijk naar de wat verder afgelegen dorpjes in de Omo vallei te gaan die nog niet zo vaak bezocht worden door toeristen. Wij adviseren onze gasten om in het Hamer gebied met een locale gids te voet een paar dorpjes bezoeken die niet bereikbaar zijn voor de landcruisers met toeristen. In het Mursi gebied nemen wij onze gasten vaak mee naar verder afgelegen dorpjes waar een of meerdere nachten gekampeerd kan worden en de avonden met de bewoners op een ongedwongen manier doorgebracht kunnen worden. Op deze wijze maakt u de mensen in de Omo vallei toch wat meer in hun normale doen mee.Vraag vrijblijvend informatie over een reis door Omo vallei via het contact formulier of het reis aanvraag formulier.

 

Enkele stammen in- of nabij de Omo vallei market Konso

De Konso die ten noordoosten van de Omo vallei leven en speciaal bekend zijn om hun houten grafmonumenten, de Waga's. Zij leven in een zeer droog bergachtig gebied waar zij de schaarse vruchtbare grond vasthouden en bewerken door het maken van terrassen waarop zij sorghum, mais, bonen en koffie verbouwen. Ze halen alles uit de grond wat mogelijk is door de gewassen af te wisselen, koeienmest te gebruiken en hard te werken. Hun ordelijke dorpen waar de mooie hutten zeer dicht tegen elkaar gebouwd zijn en hun velden zijn omgeven door stenen muren ter bescherming tegen overstromingen, wilde dieren en vijanden. Elk dorp is verdeeld in verschillende gemeenschappen ("wijken") die elk hun eigen gemeenschapshuis hebben waar de jongens vanaf 12 jaar slapen tot ze gaan trouwen. Dit gebruik stamt uit de tijd dat de Konso vaak aangevallen werden door omliggende stammen en de jongemannen dus altijd paraat moesten zijn om te vechten. Nabij het stadje Karat-Konso zijn diverse lodges en campings.De Tsemai (ong. 5000) verbouwen Sorghum en mais aan de oevers van de Weita rivier aan de oostkant van de Omo vallei. Ze zijn ook veehouders en in hun gebied zie je overal bijenkorven hangen voor honingproductie. Hun cushitische taal is verwant aan de taal van de Konso en dat komt doordat hun stamvader Asasa ong. 200 jaar geleden vanuit Konso naar het gebied rondom de Weito rivier is getrokken. Ze hebben ook veel gemeen met hun buren de Arebore terwijl ook huwelijken tussen leden van de Hamer- en Tsemai stam geregeld plaatsvinden.

alt

In het dorpje Weito is een eenvoudig hotel met bamboe slaapkamers en kampeer gelegenheid.De Arebore leven in het zuidoosten van de Omo vallei en stammen evenals de Tsemai af van de Konso. Door onderlinge huwelijken zijn ze tevens nauw verbonden met Hamer en zelfs Borena. Hierdoor zijn ze tamelijk multicultureel en zijn ze vaak bemiddelaars in handel en conflicten tussen de verschillende stammen. Op de kleurrijke zaterdagse Arebore markt zie je dan ook niet alleen mensen van de Arebore stam maar ook van de Hamar, Tsemai en Borena. Het is mogelijk om te kamperen nabij het dorpje Arebore. De Hamer (ong. 35.000) leven in het centrum van de Omo vallei en hebben een opmerkelijke haardracht en lichaams beschildering. De vrouwen zien er prachtig uit met metalen banden om bovenarmen en enkels, diverse kleurrijke halssieraden, leren rokken versierd met schelpen en kralen en kapsels vervaardigd met rode klei. Wanneer een man een wild dier of vijand heeft gedood, wordt als ereteken zijn haar versierd met een kleikap die in diverse kleuren wordt geschilderd en gesierd met een struisvogel veer. Ook bekend is de ceremonie van het stier-springen waarbij een jongeman moet bewijzen dat hij de huwbare leeftijd heeft bereikt. Een jongeman moet 4 keer over de ruggen van een aantal stieren springen zonder te vallen. Als hij valt en de proef dus mislukt is, wordt hij geslagen en uitgelachen door de meisjes en mag hij het na een jaar nog eens proberen. Deze ceremonie vindt meestal plaats tussen eind februari en begin april of half augustus en september en kan door toeristen worden bijgewoond. Bekend is ook de "Evangadi dans" die vroeg in de avond door de jongeren gedanst wordt en waarin een jongen duidelijk zijn voorkeur voor een meisje laat blijken.

 

alt

In de omgeving van Turmi zijn diverse campings en een lodge.Dassanech betekent: "mensen van de Delta". Dit volk leeft bij de delta van de Omo rivier waar deze uitmondt in het Turkana meer in het uiterste zuiden van de Omo vallei. Hun belangrijkste bezit is hun vee en wanneer een man zijn vee verliest door droogte, ziekte of raids van ander stammen, behoren hij en zijn familie voortaan bij de "Dies" wat "arme mensen" betekent. De Dies wonen aan de oevers van het Turkana meer waar zij vissen en op krokodillen jagen. Hoewel zij door de Dassanech als verworpenen worden beschouwd, delen zij in tijden van hongersnood hun vis en krokodillenvlees met de rest van de stam.De Karo zijn met 1500 personen het kleinste volk van de Omo vallei e leven nabij de Omo rivier in het zuidwesten. Ze zijn verwant aan de Hamer en evenals zij specialisten in lichaams beschildering speciaal bij feestelijke aangelegenheden. Zij gebruiken dan vooral witte kalk en beschilderen daarmee hun gezicht en lichaam en als ze dan ook nog wat witte veren als hoofdversiering gebruiken ziet geheel er bijzonder uit.

 

Er is een camping nabij het Karo dorp Kolcho waardoor je gelegenheid hebt het dagelijks leven van nabij mee te maken. Ook de Murille lodge/camping is hier dicht in de buurt.De Nyangatom (ong. 6000) die de scheldnaam "Bume" hebben leven voornamelijk aan de Zuid-west kant van de Omo vallei, nabij de Omo rivier hoewel ze ook rondtrekken met hun vee op zoek naar weidegrond. Het zijn geduchte strijders die geregeld oorlog voeren met de Hamer, Karo en Mursi. Ze spreken een Nilotische taal en zijn nauw verwant met de Keniase Turkana stam. Zij maken inkervingen in hun lichaam ter verhoging van hun schoonheid en strijdlust en als indentificatie van de stam. De Mursi (ong. 7000) zijn befaamd vanwege de grote kleischotels die de vrouwen in hun onderlip en oorlel dragen en waarvan de oorsprong en het doel niet duidelijk is. Waarschijnlijk is het slechts een manier om zich te onderscheiden van de andere stammen. De algemeen verbreide gedachte dat de grootte van de schotel aanduidt hoe groot de bruidsprijs moet zijn voor de vrouw, blijkt niet te kloppen omdat een meisje al uitgehuwelijkt is voordat het uitrekken van haar lip en het inbrengen van een schotel begint (rond haar 20ste jaar). Ook de stokgevechten tussen grote groepen mannen zijn bekend en deze dienen evenals het stier-springen bij de Hamer als een soort proef van mannelijkheid. Zij leven in het noordwesten van de Omo vallei, voor een deel in het Mago NP.De Ari (>100.000) bewonen een groot gebied rondom Jinka in een hogergelegen gebied ten noorden van de Omo vallei en spreken een Zuid-Omotische taal verwant aan de taal van de Hamer. Zij verbouwen granen en koffie, houden vee en bijenkorven voor honing productie. In de kleinere dorpjes op het platteland zie je de vrouwen nog traditioneel gekleed in rokken gemaakt van Enset- en Koisha bladeren en kleurrijke armbanden om hun bovenarmen.De Banna (ong.45.000) zijn een vriendelijk volk en ze zien er fantastisch uit, vooral de vrouwen met hun vele versieringen maar ook de fiere mannen met ingevlochten haren of een kleikapsel die zij als ereteken krijgen wanneer zij een vijand of wild dier gedood hebben. Zij leven veelal van landbouw in de hoger gelegen gebieden ten noordoosten van de Omo vallei, grenzend aan het gebied van de Ari en Tsemai. Op de bekende maandag markt in Key Afer in het hart van het Banna gebied kun je hen het beste ontmoeten.

 

De Surma (ong. 25.000) spreken een Nilotische taal en leven aan de Westzijde van de Omo rivier aan de grenzen van het Omo NP. Zij beschilderen hun lichaam met witte verf (gemaakt van een bepaald soort klei) in fantastische patronen waardoor ze er als een soort geesten uitzien. Het belangrijkste doel hiervan is intimideren van vijanden. Regelmatig voeren zij nog oorlogjes tegen de Nyangatom waarbij het vooral gaat om veroveren van grondgebied en stelen van vee. Ook bij deze stam dragen de vrouwen kleischotels in hun onderlip en moet een jongeman bewijzen dat hij huwbaar is door het winnen van een Donga stokgevecht. Het is nog steeds niet mogelijk om per landcruiser de Omo rivier tussen Mago- en Omo NP over te steken zodat een bezoek aan Surma- en andere stammen aan de westkant van de rivier in de Omo vallei alleen mogelijk is via West-Ethiopie.

Mursi woman and child